Pensioenfondsen moeten van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) sinds vorige week een lagere rekenrente hanteren. Daardoor zijn ze op papier minder rijk dan ze dachten. Zo het er nu uitziet, heeft dat gevolgen voor iedereen die deelneemt aan een pensioenregeling.

Door de ingreep van DNB moeten de pensioenfondsen namelijk hun buffers vergroten. Dat kan op twee manieren: door de premies te verhogen en/of door minder uit te keren. Welke maatregelen er genomen worden, kan per pensioenfonds verschillen en wordt pas later dit jaar bekend.

Mogelijke pensioenkortingen

Toch is al duidelijk dat de lagere rekenrente in vrijwel alle gevallen tot hogere pensioenpremies leidt. Waarschijnlijk zo’n 5% in 2016 en wellicht zelfs 15% in 2020. Verder is de kans klein dat bestaande pensioenuitkeringen zullen meegroeien met de inflatie. Ook is het niet ondenkbaar dat sommige fondsen dusdanig in de problemen komen, dat ze moeten korten op de uitkeringen.

Jonge deelnemers

Volgens de Pensioenfederatie worden fondsen met veel jonge deelnemers extra geraakt door de ingreep. Zij moeten immers rekening houden met (veel) langere looptijden. Daardoor stijgt de kostendekkende premie van een ‘jong’ fonds sterker dan de gemiddelde premie. DNB op haar beurt zegt dat de maatregel juist is genomen om jongeren eerlijker te behandelen. Rekenen met een kunstmatig hoge rente zou een te rooskleurig beeld kunnen geven van hun toekomstige pensioenuitkering.

Kritiek

Vakbonden, pensioenfondsen en belangenorganisaties van ouderen hebben veel kritiek op de ingreep. Zij vinden vooral de timing slecht en hadden liever gezien dat DNB had gewacht totdat er in Europa een stabiele, niet gemanipuleerde rentesituatie is. Nu houdt de Europese Centrale Bank (ECB) de rente namelijk kunstmatig laag. Daardoor is het niet reëel om voor langetermijnresultaten uit te gaan van de huidige marktrente, vinden de criticasters.

Wat nu?

Als individu kun je het beleid van DNB en de pensioenfondsen niet veranderen. Maar je kunt natuurlijk wel onderzoeken hoe je de financiën voor je oude dag goed regelt. Hoe eerder je daarmee begint, hoe meer je straks hebt of hoe minder het nu kost. Ook zijn er naast het opbouwen van pensioen andere manieren om later voldoende geld te hebben. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat je (bijna) geen woonlasten meer hebt op het moment dat je stopt met werken. Een gecertificeerd financieel planner met het FFP-Keurmerk helpt je om dat allemaal inzichtelijk te krijgen, zodat je de keuzes kunt maken die het beste bij je passen. Dat doet hij of zij bijvoorbeeld door in kaart te brengen hoe je slim extra pensioen kunt opbouwen, maar ook door uit te rekenen hoeveel hypotheeklasten je straks nog hebt en hoe je die kunt verlagen.